*/1


MENSEN

LIEF

De 97-jarige Alice van Hoof wist het zeker: nooit naar het bejaardenhuis.

Maar zie: in De Beukenhof leeft ze helemaal op. Niet in het minst door haar muzikale mantelzorgers.

Alice van Hoof had het nog zo gezegd, lacht haar zoon Ronnie: ‘Mij krijgen ze niet in een bejaardenhuis. Nooit. Ik ga daar niet zitten, zei ze dan, tussen al die ouwe wuûve. En kijk nou eens. Ze heeft het geweldig naar haar zin.’

Ronnie en zijn broer Bennie zijn mantelzorger. Maar dan wel mantelzorgers waar muziek in zit, vindt ook hun moeder. ‘Elke dag komt er wel iemand langs. Voor een praatje, maar ook me te helpen. Bij het schoonmaken van de kamer bijvoorbeeld. Die meisjes hier doen heel erg hun best, hoor, maar twintig minuten om alles schoon te maken is natuurlijk niet veel. Dus doe ik nog veel zelf. Poetsen, dat ben ik wel gewoon. En voor alles waar ik zelf niet bij kan, vraag ik gewoon mijn jongens.’



‘Voor alles waar 
ik zelf niet bij kan, 
vraag ik gewoon 
mijn jongens’


‘Het zijn

goeie jongens’

Alice van Hoof zelf zit heerlijk ontspannen in haar knusse appartement. Haar comfortabele praatstoel biedt uitzicht op een zee aan dierbare herinneringen. In de kast een immense collectie foto’s van kinderen en kleinkinderen, aan de muur de foto’s van haar veel te vroeg overleden man. ‘Daar de foto’s van ons trouwen, aan de andere kant een foto met een wijwatervaatje en een kruis. Het begin en het einde.” 

Cornelis van Hoof werkte in Antwerpen, in de wijnfabriek. Hij was al langer ziek en overleed toen hij pas 45 jaar oud was. ‘Veel te jong natuurlijk. Ik bleef achter met mijn vier jongens. Dat was geen gemakkelijke tijd. Ik heb mijn part toen wel gehad’, zegt ze. ‘Als de jongens naar school waren, ging ik poetsen. Bij de tandarts en de koster. Of ik aardappeltjes rapen op het land, samen met mijn buurvrouw Kaat. Het was niet veel, maar net genoeg om het huisje in de Grensstraat overeind te houden.’ 

Betere herinneringen bewaart Alice van Hoof aan haar tijd in Bergen op Zoom. In oorlogstijd verhuisde ze van Aardenburg naar Breda, naar de nonnen van Moederheil. ‘Ongehuwde meisjes die moesten bevallen werden daar opgevangen. Na mijn opleiding kon ik als kraamverzorgster en kon aan de slag in Bergen op Zoom. Ik ging in de kost bij mevrouw Van Loenhout, net voorbij de Raaijberg aan de Antwerpsestraat. Tien jaar lang ging ik op de fiets langs ontelbare gezinnen. Ik heb zelfs nog een bevalling gedaan bij burgemeester Van der Laar.’



'We gingen vaak dansen 
bij Coppenolle in de Potterstraat of in de Hollandsche Tuyn.'

Al snel gaat het gesprek over vervlogen tijden. Over wassen met de hand of koken op een petroleumstelletje. Maar ook over saamhorigheid, gezelligheid en plezier. ‘We gingen vaak dansen bij Coppenolle in de Potterstraat of in de Hollandsche Tuyn. Maar altijd met een witte schort in mijn tas. Want als we werden opgeroepen voor een bevalling, dan moesten we ook meteen gaan. Ik ben bij zoveel mensen thuis geweest; zo leuk. Ze hadden me overal graag.’ 

Haar huwelijk in 1954 bracht Alice van Hoof naar Putte. Die verhuizing viel haar zwaar. ‘Ik voelde me thuis in Bergen op Zoom, daar lag mijn hart. Ik kende daar iedereen en dan kom je terecht in zo’n gat. Mijn familie woonde ver weg en met mijn schoonouders boterde het ook niet echt. Pas toen Rudi, mijn oudste zoon, werd geboren, ging het wat beter. Uiteindelijk ben ik nooit meer weggegaan.’

Toen haar jongste zoon Bennie trouwde en het ouderlijk huis verliet, verhuisde Alice van Hoof naar een flatje aan de Tulpstraat. Ze zocht het vertier in kleine dingen: volksdansen, huisvrouwenclubjes, de bejaardenbond, ook die aan de andere kant van de grens. ‘Met drie weduwvrouwen gingen we dan dansen. Op het orgel.’ 

Muziek loopt als een rode draad door het leven van Alice van Hoof. Niet dat ze zelf zo muzikaal is, dat zeker niet. ‘Ronnie kan goed zingen hoor. Buitengewoon. Maar dat heeft ie niet van mij. En ook Bennie is een goede muzikant. Ze hebben al heel wat optredens gedaan. En platen gemaakt. Ook samen met een achternichtje, die met de Malando’s wereldberoemd is. In België dan toch.’

Zanger en entertainer Ronnie van Hoof is ook bij tanteLouise graag gezien, multi-instrumentalist Ben (die ooit furore maakte als Prins Benjamin van Put en Butland) heeft zelfs een eigen muziekstudio. En hoewel hij ooit met Ron het duo De Gebroeders Neus vormde, prefereert hij andere stijlen: rock en blues. Naast de oudste zoon Rudi is er dan ook nog Adrie Maar die woont op Curaçao.

‘Ik ging er vaak twee keer per jaar heen. Ook naar Aruba, waar weer een dochter van Ronnie woont. Maar ja, het is inmiddels drie jaar geleden. Tien uur vliegen, dat gaat niet meer. Ik ben liever hier. Ik heb veel te danken aan mijn oude buurvrouw. Die heeft zoveel voor me gedaan en altijd voor niets. En nu zitten we samen hier. Hoe leuk is dat. Het is goed zo. Al dat reizen. Je wordt toch allemaal ouder, hè!

Pas nog keerde Alice van Hoof voor even terug naar het huisje in Aardenburg waar ze als klein meisje opgroeide. In de Beekmanstraat, een mooie laan met prachtige bomen. Kastanjebomen. Maar echt thuis voelt de 97-jarige Zeeuws-Vlaamse zich pas in woonzorgcentrum De Beukenhof in Putte, waar ze kortgeleden haar intrek nam: ‘Het is hier proper en het eten is goed. Wie daar over klaagt, die had vroeger zelf niks.’